Articles

Articles

oorlog in Oekraïne: Is Europa het slachtoffer van de situatie, of een medeplichtige aan het ontstaan van de crisis?

Hussein Omar
  • 7 Views view

Hussein Omar

In de Europese media horen we vrijwel dagelijks alarmerende waarschuwingen over het ‘gevaar dat uit Rusland komt’, alsof Moskou een monster is dat op het punt staat de hoofdsteden van het continent te verslinden, van Warschau tot Berlijn en Parijs. Deze retoriek blijft niet langer beperkt tot militaire en veiligheidskringen. Ze is inmiddels doorgedrongen tot het publieke debat en de politieke arena, waar steeds meer stemmen oproepen tot hogere defensiebudgetten en voorbereidingen op een langdurige oorlog.Maar als we even afstand nemen van deze retoriek en nadenken over wat zich achter de schermen afspeelt, ontdekken we dat we niet te maken hebben met een gewone, tijdelijke veiligheidswaarschuwing. Er is veeleer sprake van een poging om de manier waarop Europeanen denken en hun belangrijkste keuzes maken, ingrijpend te veranderen. Wanneer dagelijks wordt gesproken over een nakende oorlog, veranderen niet alleen de plannen van regeringen. Ook de bereidheid van burgers om harde economische en sociale maatregelen te aanvaarden, neemt toe, terwijl zij die onder normale omstandigheden waarschijnlijk niet zouden accepteren.Op militair vlak beseffen de Europese beleidsmakers heel goed dat het Russische leger verwikkeld is in de oorlog in Oekraïne en daar zwaar wordt uitgeput. Het is dan ook bijzonder moeilijk om op grote schaal een offensief te lanceren en West-Europa te veroveren met het gemak dat sommige media suggereren. De oorlog waarvan Moskou dacht dat hij binnen enkele dagen voorbij zou zijn, is veranderd in een langdurig moeras dat enorme menselijke en economische middelen heeft opgeslokt. Bovendien heeft deze oorlog aangetoond dat militaire controle niet noodzakelijk betekent dat ook politiek succes wordt geboekt.Dat betekent niet dat Rusland geen gevaar meer vormt. Het land beschikt nog altijd over aanzienlijke middelen om schade aan te richten, maar de dreiging neemt andere vormen aan, zoals cyberaanvallen, het destabiliseren van de binnenlandse situatie, inmenging in verkiezingen en het uitbuiten van maatschappelijke verdeeldheid. Het gaat daarbij om dreigingen die verder reiken dan een rechtstreekse, conventionele oorlog met tanks en grondtroepen.Hier rijst een belangrijke vraag: als het gevaar van een militaire invasie van Europa wordt overdreven, waarom blijven Europese leiders dan vasthouden aan deze voortdurende mobilisatie en stellen zij oorlog voor als een onvermijdelijk scenario waarvoor geen alternatief bestaat?Om dit te begrijpen, moeten we teruggaan naar de periode na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Toen bestond er een uitgelezen kans om samen met Rusland een stabiele en gemeenschappelijke Europese veiligheidsorde op te bouwen. Wat er vervolgens gebeurde, was echter precies het tegenovergestelde. De NAVO breidde zich oostwaarts uit en naderde de Russische grenzen. Moskou beschouwde deze uitbreiding als een aantasting van zijn strategische invloedssfeer en een bedreiging van zijn nationale veiligheid.Toen Oekraïne uitgroeide tot het belangrijkste conflictgebied tussen beide partijen, zag Rusland de uitbreiding van de westerse invloed als een existentiële bedreiging en besloot het tot een preventieve oorlog over te gaan. Het Westen beschouwde de Russische aanval daarentegen als een ondermijning van de fundamenten van de internationale rechtsorde en besloot Moskou te confronteren met sancties en omvangrijke militaire steun aan Kyiv.Hier ligt de paradox: de Verenigde Staten benaderen deze oorlog vanuit het perspectief van machtspolitiek en wereldwijde strategische concurrentie, terwijl Europa zich in de vuurlinie bevindt. Europa is immers geografisch, commercieel en energetisch nauw met Rusland verbonden en deelt bovendien een lange geschiedenis met het land.De kosten van het voortzetten van deze confrontatie zijn daarom niet gelijk verdeeld onder de bondgenoten. De Verenigde Staten beschikken over enorme natuurlijke hulpbronnen, ruime energievoorraden en een krachtige economie. De Europese industrie daarentegen is sterk afhankelijk van buitenlandse handel en betaalbare energie, die Europese producten jarenlang een concurrentievoordeel op de wereldmarkt hebben opgeleverd.Het geheim achter het langdurige succes van de Duitse en Europese economie was in wezen eenvoudig: goedkope Russische energie in ruil voor geavanceerde industriële productie en export naar de rest van de wereld. Maar na het wegvallen van de Russische energievoorziening en de verschuiving naar vloeibaar aardgas (LNG), dat tegen hoge prijzen op de wereldmarkt wordt ingekocht, zijn de productiekosten explosief gestegen. Dat geldt vooral voor energie-intensieve sectoren, zoals de chemische industrie en de metaalindustrie.Als gevolg daarvan overwegen steeds meer grote ondernemingen hun fabrieken en investeringen naar de Verenigde Staten of China te verplaatsen, waar energie goedkoper is. Dit vormt een ernstige bedreiging voor de toekomst van de Europese industrie en de werkgelegenheid op het hele continent.België, dat zich in het hart van de Europese Unie en de NAVO bevindt, blijft evenmin gespaard van deze schokken. Het land heeft tot nu toe steun verleend ter waarde van meer dan vier miljard euro, terwijl voor het lopende jaar nog eens ruim een miljard euro is uitgetrokken. Daarnaast heeft België zich ertoe verbonden F-16-gevechtsvliegtuigen aan Kyiv te leveren.De gewone Belgische burger voelt dan ook steeds nadrukkelijker de werkelijke gevolgen van dit beleid, in de energiefacturen en de dagelijkse kosten van levensonderhoud. Het Belgische systeem van automatische loonindexering vormt weliswaar een beschermingsmechanisme voor werknemers en ambtenaren, maar legt tegelijkertijd een zware last op de loonkosten van ondernemingen. Vooral kleine en middelgrote bedrijven hebben het moeilijk, omdat zij al kampen met stijgende bedrijfskosten en een bijzonder felle concurrentie.Daar komt nog het vraagstuk bij van de Russische tegoeden en bevroren activa die worden aangehouden bij Euroclear in Brussel. De politieke druk neemt toe om de opbrengsten van deze tegoeden te gebruiken voor de ondersteuning en wederopbouw van Oekraïne. Een overhaaste stap in de richting van confiscatie van deze activa kan echter het internationale vertrouwen in het gehele Europese financiële systeem ondermijnen en de internationale financiële positie van Brussel ernstig schaden.Dit is de situatie in België. In andere Europese landen zijn de problemen nog groter en staat de koopkracht van brede lagen van de bevolking onder druk door de stijgende kosten van levensonderhoud.Het probleem is vandaag dat de retoriek over de Russische dreiging niet langer uitsluitend een militaire inschatting vormt. Ze is uitgegroeid tot een politiek instrument om harde economische en sociale beslissingen door te drukken onder het mom van ‘veiligheidsnoodzaak’.Maar de Europese burger begint zich vragen te stellen: hoelang nog? En hoever kan men gaan met het weghalen van middelen bij gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen om de defensiebudgetten verder te verhogen?Europa voert een uitputtingsoorlog op meerdere fronten. Het landengeheel meent zijn veiligheid te beschermen, maar verzwakt tegelijkertijd zijn eigen economie en het sociale model dat is opgebouwd rond welvaart, stabiliteit en politieke zelfstandigheid.De kwestie draait inmiddels niet meer uitsluitend om de vraag wie de oorlog in Oekraïne zal winnen, maar ook om de vraag hoe Europa uit deze strijd tevoorschijn zal komen. Zal het sterker en onafhankelijker uit de crisis komen, of achterblijven met een uitgeputte economie en een verregaande afhankelijkheid van zijn Amerikaanse bondgenoot?Als Europa zijn strategische berekeningen niet opnieuw maakt en geen evenwicht vindt tussen militaire slagkracht en economische welvaart, dreigt het een hoge prijs te betalen voor een oorlog waarvan het niet zelf de doorslaggevende koers heeft bepaald, maar waarvan het wel een steeds groter deel van de lasten en gevolgen draagt.De legitieme vraag is dan ook: is Europa het slachtoffer van een oorlog die het niet heeft kunnen voorkomen, of is het zelf medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de impasse waarin het vandaag verkeert, als gevolg van strategische berekeningen waarin onvoldoende rekening is gehouden met zijn eigen belangen en economische veiligheid?Misschien ligt het antwoord in een combinatie van beide. Dat ontslaat de Europese leiders echter niet van hun verantwoordelijkheid om hun beleid kritisch te herzien. Evenmin geeft het hun het recht om hun bevolking te vragen een onbegrensde rekening te betalen, zonder een ernstig en open debat te voeren over de doelstellingen van de oorlog en de voorwaarden waaronder deze moet eindigen.Europa zet vandaag immers niet alleen zijn financiële middelen en economische hulpbronnen op het spel. Het riskeert ook een van de belangrijkste fundamenten van zijn historische stabiliteit: het vermogen om economische kracht, sociale welvaart en onafhankelijkheid in strategische besluitvorming met elkaar te verenigen.Als Europa er niet in slaagt het evenwicht tussen deze elementen te herstellen, kan het terechtkomen in een situatie waarin het een hoge prijs heeft betaald voor een oorlog waarvan het niet zelf de koers heeft bepaald en waarbij het niet in alle opzichten het grootste belang had. Toch zal het een steeds groter aandeel van de kosten en de gevolgen ervan moeten dragen.